![]() |
||||||||||||
|
s a m e n v a t t i n g: Verkeersminister Karla Peijs zette officieel op 13 april van dit jaar de besliskundige trajecten en haalbaarheidsstudies van de ZuiderZeeLijn stop. Ze leunde hierbij op de uitspraak van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur [TCI] onder leiding van Adri Duivesteijn. Deze commissie kwam eind 2005 met een vlammend onderzoeksrapport over 'nut en noodzaak' van de beoogde verbinding tussen Schiphol en Groningen. De conclusies waren negatief. Te hoge kosten, te weinig baten: niet doen dus. Voor de ZZL liet de commissie alle in het verleden gemaakte onderzoeken vallen, stelde nieuwe normen en stuurde aan op kille kosten-baten-analyses. Hiermee werd de ZuiderZeeLijn doodgerekend. De ontwerpopgave werd een rekenopgave, en vervloor haar ruimtelijke essentie. Doodzonde, want waarom ook al weer een snelle treinverbinding? Wat kon je daarmee bereiken? Met een interview in tijdschrift Noorderbreedte en een artikel in tijdschrift Landwerk heb ik geprobeerd de discussie over de Zuiderzeelijn weer op het juiste spoor te brengen. Om weer over de ruimtelijke kant van de beoogde verbinding te praten. Over gebiedsontwikkeling, infrastructuur, stedenbouw en landschap.
|
|
||||||||||
|
||||||||||||