|
Monumentenzucht
Monumentenzorg. Een club deskundigen die waakt over culturele hoogtepunten in ons land. Gebouwen, maar ook dorpsgezichten en landschappen. Deze deskundigen zijn geliefd en gehaat. Voor sommigen participerende ideologen, voor anderen een zeurende rem in de plannenmakerij.
Het aanwijzen van historisch belangrijke objecten of gebieden, is een vorm van cultuurconservering. Eentje die in mijn ogen in een stroomversnelling is geraakt. Het is hip, een trend, we vinden het interessant. Soms zelfs zo interessant dat het verleden het heden bijna inhaalt. Replica's en reconstructies van uitkijktorens en schepen sieren menig Vinexwijk, terwijl er nog geen fatsoenlijke boom staat. We vinden ook zo veel dingen in onze omgeving belangrijk. Identiteit om aan vast te klampen? Niets mag weg, alles moet bewaard en herbestemd worden.
Populair zijn nu: Romeinse vestigingen en territoriumgrenzen, rivierlopen uit de voorlaatste Ijstijd, waterlinies met hun schootsvelden, Berlagiaanse stadsstructuren en meer van dat. Dit is natuurlijk prima, maar waarom nu wel de Romeinse Limes, en bijvoorbeeld niet de sporen van de rooftochten van de Vikingen terughalen. Het landschap is een verhaal van verandering in de tijd, met goeie én slechte periodes. Vaak zie je alleen de stoere daden terug. Maar het gebruik van cultuurhistorie moet deze trots toch overstijgen?
Ik heb wel eens het idee dat een monument vaak gebruikt wordt zoals het uitkomt, als instrument. Soms voor het afdwingen van een bouwstop, soms als ontwerplegitimering. En dit laatste is erg typisch. Identiteit kun je dus blijkbaar maken, met je potlood.
We vragen ons af of datgene wat we in deze tijd doen, wat ons beweegt, wel een naam heeft. Een stroming. Een 'post' of een 'neo' wellicht, van het type Modernisme. Er is een oeverloze drang om dit te willen benoemen, zodat er naar verwezen kan worden. Zo bedacht, zo gemaakt, zo onzinnig. En niemand weet het ook, misschien pas als je over 100 jaar eens terugkijkt. En dan nog. Maar op de een of andere manier bevredigt het ontwerpers en planners niet. Geen ideeën, geen inspiraties, dus dan maar terug naar de duidelijke patronen uit het verleden. Volgens mij is er vooral iets mis met het waarnemingsvermogen, de verwondering van het hedendaagse [en de creativiteit om er iets mee te doen] van de gemiddelde plannenmaker.
De enige zekerheid van een trend is dat ze op een gegeven moment voorbij is. Straks zetten we als gevolg van de wateropgave alles onder water en dobberen we nietsvermoedend met ons amfibiehuis over alle Limes heen. Het nieuwe platteland. Kunnen we gelijk die 6000 nieuwe windmolens inzetten als bakens langs de nieuwe vaarroutes. Geschiedenis is nu, misschien wel morgen.
Marc Nolden
|