|
Andere ogen
10 juni, 14:36u. Ik zit in de intercity ergens tussen Utrecht en Groningen. Landschappen flitsen voorbij als ik glazig naar buiten kijk en verdwaal in gedachten. Best rustgevend. Een soort drive-through-bioscoop met een film [zonder geluid] die bestaat uit een aaneenschakeling van allerlei landschappelijke patronen. Punten, lijnen, vlakken, kleuren, texturen, en dat in een soepel ritme van de treincadans. Een hypnose. Ineens valt me iets op: alles is groen! Of je nu loenzend door je oogharen heenkijkt, of je ogen wijd uit spert: groen het is. En dat is best raar.
Van alle primaire, secundaire en tertiaire kleuren die er bestaan in onze belevingswereld, zijn de kleuren die ons Nederlandse landschap ons voornamelijk tonen: groenen, groenachtigen, groensoortigen, groenlijkenden en afgeleiden ervan. Hallo, groen is ook maar gewoon een kleur! Maar echt; vrijwel alle bermen, slootranden, weides, houtwallen, gewassen, bosranden, wegbeplanting, en ga maar door. Allemaal dragen ze die specifieke kleur. Waarom eigenlijk? Of zijn we stilletjes geïndoctrineerd door Moeder Natuur die ons wil laten geloven dat groen en natuur onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Dat dat nu eenmaal ooit zo bedacht is, en dat we dat dan nu mooi vinden en respecteren. Is groen eigenlijk wel zo mooi, of dénken we alleen maar dat we dat mooi vinden.
Hmmm, was het gras maar eens een keer rood en de bomen blauw. Voor de afwisseling in de film.
Marc Nolden
|