FREELANdSCHAP Marc Nolden
 
columns      
 
columns

c o n t a c t
 
Marc Nolden
06-29193153
Coornhertstraat 49
3521 XG UTRECHT
marc@freelandschap.nl

 
 
 
 
 
 
 
 

Bijvoeren
Under construction
Diep
Rolkoffer
Komkommer
De wind huilt
Mist
Stilte
No logo
Rommel
Kerktorens
Landschapsarchiwat?
Gereserveerd
Internetlandschap
Jonge boompjes
Straatnamen
De stationsrestauratie
Monumentenzucht
Andere ogen
Mobiel

ik ben
 
profiel
c.v.
ik kan
 
projecten
columns

Under construction

Het is een middag in de herfst, uurtje of vier. Ik ben in het centrum van Arnhem, op weg naar het treinstation, op weg naar huis. Zigzaggend door winkelstraten kom ik bij het Willemsplein, een gevaarlijk drukke weg waar auto's als verweesde gekken de duisternis van de Willemstunnel injagen. Reusachtige platanen kijken minzaam toe. Aan de overkant een oranje doos, het station, het tijdelijke station.

Het stoplicht springt op groen. Oversteken, dan de roltrap op, omhoog. Ik ben nog buiten. Eenmaal boven sta ik op een gelijk niveau met de oranje doos - die verderop naar groen verschiet. Een bordes loopt voorlangs, waarvandaan je een mooi uitzicht op de bouwplaats hebt; de plek van het vroegere station. En het toekomstige station. De zon maakt mijn wangen warm. Door mijn oogharen heenkijkend merk ik dat ik mijn stinkende best moet doen om me voor te stellen hoe het oude station eruit zag. Ik weet haast niet beter dan dat deze bouwput het station is, of was. Hoe lang is dit hier al zo?

Gewenning is een vreemd iets. Je kunt aan de meest verschrikkelijke dingen wennen, zoals onderdrukking, of honger. In het geval van het Arnhemse treinstation wen je aan de tijdelijke situatie, een bouwput. Je went aan de kilometers die je er moet lopen, trap op, trap af, over stalen roosters, als opgedreven vee. Het slijt. Maar hoelang duurt tijdelijkheid?

Neem studenten van de ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Zij kwamen vier jaar geleden via een bouwput Arnhem binnen en verlaten straks als afgestudeerden diezelfde bouwput. Dit is hun Arnhem. En kinderen weten niet anders dan dat dit hét Arnhemse treinstation is, en zullen - als ze erom gevraagd worden - het station doodleuk als een drassige bouwput tekenen waaruit twee blauwgroene torens de lucht in schieten. Dat is het beeld, al heel lang.

Buiten kijf staat dat het station en haar omgeving aan een opknapbeurt toe was. Het was monofunctioneel en reageerde amper met andere stedelijke ruimtes. Het moest anders, en dat is nu eenmaal ingrijpend. Dat zie je in heel Nederland. Kijk naar het Centraal Station in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Zie ook de grootschalige herstructurering van de naoorlogse stad als geheel. De wijkaanpakken. En zie ook de stedelijke transformaties van de acht Gelderse steden als voorbeeld van deze 'total make-over'. Veertig jaar geleden geloofden we nog heilig in wat we nu vol overtuiging slopen. De tijd vliegt.

De vraag is of deze megarenovaties nog wel te rijmen zijn met de huidige tijd. Utrecht zegt bijvoorbeeld wat betreft het stationsgebied tegen haar inwoners: 'CU in 2030'. Met andere woorden: kom over twintig jaar maar weer eens kijken, dan is het wel af. Twintig jaar, dat is een kwart van een mensenleven. Kun je dat wel maken? Nogmaals, volkomen terecht die aanpak, maar zo extreem ingrijpend; je doet een beroep op een haast onmenselijk geduld. En dan nog. Wie zegt dat we het over veertig jaar niet weer compleet anders doen?

Het schijnt dat we in een tijd leven waarin we de 'grote verhalen' (utopieën, naoorlogse maakbaarheid en verzuilingsidealen) achter ons hebben gelaten. Geen megaprojecten meer, geen grote cultuurdaden; het individu is het vertrekpunt. Nou, ik weet het nog zo niet.

Marc Nolden

 
---
Deze column is onderdeel van een reeks. Het zijn beschouwingen over ruimtelijke kwaliteit en verschijnen maandelijks op de website van de provincie Gelderland: Gelders Bouwmeesterschap.>>

 

Last update: 18.04.12   |   Design by: Marc Nolden   |   Support: Sur5all