|
Mist
Ik zit in de trein naar Arnhem, een dubbeldekker. Het is vrij vroeg, en maandag. Met slechts een handjevol gapende mensen deel ik de coupé. Een laatste Pinkpopganger zoekt zijn weg naar huis. Na een poosje zijn we de stad uit en ontvouwt het landschap zich. Mooi is dat, lekker wegkijken, wat mijmeren met een waterig zonnetje in je gezicht. Maar er hangt mist, en ik zie geen moer.
Dan maar een krantje. Ik lees de vetste koppen en werp af en toe een blik naar buiten, gaandeweg steeds vaker en langer. Het landschap lonkt. De mist in combinatie met de ochtendzon maakt het landschap mysterieuzer, gedoseerder en genuanceerder dan normaal. Nu eens niet dat klip en klare totaaloverzicht, dat kapotvermarkte panoramabeeld, die instant quality. Dit landschap vraagt om geduld en inspanning, je ziet het stukje bij beetje. Het is een fraai schouwspel. Die plukken nevel, dansend over de akkers en weides, de ene plek wat transparanter dan de andere. Een soort vloeibare vitrage, drijvend op het landschap. De mist bepaalt waar en wat je ziet: plotseling een groepje koeien in een open plek, soms een donker silhouet van een boerderij, dan weer niks anders dan grijze massa.
Het grappige van mist is dat het objecten en plekken verhult, die je dan juíst gaat zoeken. Afwezigheid valt op. Dat ene kerktorentje, die bolle akker, die snelweg. Dat is toch hier? Uit psychologisch onderzoek blijkt dat ons brein beter is in het opmerken van dingen die we weglaten (of missen), dan dingen die we toevoegen. Het landschap zit steviger tussen de oren dan we soms denken. Wat mist doet is je mentale constructie van dat landschap opfrissen. Zonder 'voorkennis' werkt dat anders. Dan dwingt de mist je te kijken naar wat je feitelijk kunt zien, in plaats van wat je had willen zien. En dat doe je dan aandachtig, met oog voor detail. Je geeft je ogen de kost, want dit is het enige wat je te zien krijgt. Ook mooi.
Mist heeft eigenlijk een heel gunstig effect op ons gedrag. We onthouden plekken en landmarks beter (plaatsbepaling, oriëntatie), en kijken aandachtiger naar onze omgeving (inspiratie, voedsel, gebruiksopties). Met andere woorden: mist verbindt ons met het landschap, onze basis. Zo af en toe. En nou zat ik te denken: zouden wij dan mist, om in evolutionaire termen te spreken, nodig hebben om als soort te kunnen overleven? Misschien. Dat zou wel aardig zijn. De praktijk is vooralsnog anders. Wij associëren mist met gevaar en verkeersongelukken. Het belemmert ons vrije zicht, wij willen óverzicht. Niet voor niets is openheid kwaliteitsaspect nummer 1 in ons volle landschap. Maar ja, misschien is dat een idiote illusie en zijn al die panorama's en vergezichten op termijn helemaal niet goed voor ons.
Ik vroeg laatst een bevriende (bebrilde) architect of hij het erg vond dat zijn ogen de laatste jaren wat achteruit gingen (ook een soort mist). Hij zei van niet en formuleerde het zo: 'Ach, het is prima zo, ik hoef ook niet alles te zien, dat leidt alleen maar af.'
Marc Nolden
---
Deze column is onderdeel van een reeks. Het zijn beschouwingen over ruimtelijke kwaliteit en verschijnen maandelijks op de website van de provincie Gelderland: Gelders Bouwmeesterschap.>>
|